Koekhappen

De 10 leukste Oud Hollandse spelletjes

De echte oud-Hollandse spelletjes, ken je ze nog? Op Koningsdag buiten op de Vrijmarkt, het juffenfeest op school, een kinderfeestjes thuis of op de club… En waarom eigenlijk niet gewoon thuis met de kinderen uit de buurt, op een saaie zondagmiddag?

Welke spelletjes mogen niet ontbreken op de oud-hollandse spelletjesmiddag?

1. Blikgooien

Nodig: minimaal 6 lege conservenblikken (lege groenteblikken bijvoorbeeld) en een balletje of pittenzak. Stapel de lege conservenblikken op elkaar in de vorm van een driehoek. Met 6 blikken begin je met een basis van 3, dan 2 er op, dan 1 op de top. Met 10 blikken kun je hem een rijtje hoger bouwen. Elk kind mag om de beurt met een balletje of pittenzak op de toren gooien. Een soort verticaal bowlen dus 🙂

2. Zaklopen

Nodig: twee jute zakken. Maak twee groepen kinderen, twee aan twee moeten ze een parcours afleggen met hun voeten in de zakken. Wie het eerst aan het einde is wint. Je kunt eventueel een heus toernooi opzetten door de winnaars steeds weer tegen elkaar te laten strijden.

3. Koekhappen

Nodig: ontbijtkoek in plakken gesneden en een draad. Rijg de plakken aan een draad en hang deze zo op dat de kinderen er nét bij kunnen. Alle kinderen moeten onder de draad gaan staan, handjes op de rug, en dan proberen hapje voor hapje de koek op te eten. Wie het snelst zijn koek op heeft heeft gewonnen! Ook handig en lekker met donuts in plaats van ontbijtkoek.

4. Eierlopen

Nodig: twee lepels en 2 gekookte eieren (of 1 rauw ei per kind). Maak twee rijtjes van kinderen, ze strijden twee aan twee. Elk kind krijgt een ei op zijn lepel gelegd en moet daar zo snel mogelijk proberen het parcours af te leggen ZONDER dat het valt. Valt het ei toch, dan moet het kind opnieuw beginnen. Het ei gaat gegarandeerd vallen, dus bedenk even of je dit met een rauw of een gekookt ei wil doen en waar dan. Een rauw ei laten vallen is natuurlijk altijd wel spectaculair, maar misschien handiger het parcours dan buiten in de tuin te maken.

5. Ringgooien

Nodig: volle flessen (eventueel lege colaflessen met water vullen, het gaat er om dat ze niet direct omvallen) en een aantal (plastic) ringen, iets groter dan de hals van de fles.  Zet de flessen in de vorm van een kruis neer. De kinderen mogen om de beurt proberen drie ringen om de hals van de flessen te gooien. Wie de meeste ringen er om krijgt heeft gewonnen.

6. Ezeltje prik

Nodig: blinddoek (theedoek), punaise en een afbeelding van een ezel op bijvoorbeeld, bevestigd op een prikbord of een kussen . Een staart van stof. Bevestig de staart aan de punaise. Blinddoek één van de kinderen. Het kind moet proberen de staart op de juiste plek op de ezel te prikken tot grote hilariteit van de kinderen die wél wat kunnen zien natuurlijk. Wie de staart het dichtste bij de goede plek heeft geprikt wint. (In plaats van een ezel kun je ook een dartboard achtige constructie maken met vakjes met punten er op.)

7. Spijkerpoepen

Nodig: spijkers, touwtjes, lege fles. Bind de spijker aan een touw en bind dat touw om de middel van het kind. De bedoeling is dat de kinderen boven de fles gaan hangen en proberen de spijker voorzichtig in de fles te laten zakken. Wie dat het eerst voor elkaar heeft is de winnaar.

8. Spijkerbroek hangen

Nodig: twee spijkerbroeken en een stevige balk. Twee kinderen klemmen zich met armen (en benen) vast aan de spijkerbroek en proberen zo lang mogelijk te blijven hangen zonder dat de voeten op de grond komen.

9. Stoelendans

Nodig: één stoel minder dan het aantal kinderen dat er is en muziek. Zet de stoelen in een kring, zolang de muziek loopt mogen de kinderen er om heen wandelen. Laat iemand de muziek stoppen, dan moeten de kinderen zo snel mogelijk gaan zitten. Het kind dat geen stoel heeft is áf. Ga door tot er een winnaar is.  (Variant: de stopdans. Laat de kinderen dansen, stopt de muziek dan moeten ze als bevroren stil blijven staan. Wie het laatste nog beweegt is af.)

10. Verkleed-estafette

Nodig: kleding (verkleedkleding of sjaals, mutsen en dergelijke) Maak 4 groepjes en leg bij elk groepje een stapeltje verkleedkleren neer. Twee aan twee moeten de kinderen zich zo snel mogelijk proberen aan te kleden. Zijn ze aangekleed, dan rennen ze een parcours en komen weer terug bij het volgende kind uit hun groepje. Daar kleden ze zich uit, het volgende kind trekt de kleding weer aan en rent ook. Het groepje dat het eerst terug en uitgekleed is heeft gewonnen.

 

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *